De literaire eenling
De Amerikaanse schrijver en dichter Charles Bukowski (1920-1994) was faliekant tegen de massa en de burgerij. Hij schopte tegen alles wat autoriteit uitstraalde. Bukowski zwierf door de States, belandde in cellen van kleine steden en was doorgaans te vinden in duistere striptease-kroegen waar louche figuren de dienst uit maakten. Bukowski’s dronkenmanschap kent zijn weerga niet en zijn televisieoptredens mogen we legendarisch noemen. Als literaire eenling, ver weg van welke actualiteit dan ook, werd Bukowski onverwachts groter dan de massa.
In de zestig jaar dat hij dronk heeft Bukowski de dood meerdere malen in de ogen gezien. Hij heeft eens in een gedicht beschreven hoe hij op een nacht, terwijl hij in bed lag, zijn ziel zijn lichaam voelde verlaten. Hij moest herhaaldelijk opstaan, alle lichten aan doen en zijn ziel van de grond oprapen. Wat Bukowski op zijn beste momenten tot een groot schrijver maakte, was de combinatie van onverbloemd realisme, zijn grove taalgebruik, en een sterke hang naar mythologisering. Hij blies zijn eigen leven en dat van zijn lotgenoten in de onderklasse op tot heroïsche proporties, in een poging om betekenis te geven aan een stompzinnig bestaan.
De zuipschuit Bukowksi was zeer productief en publiceerde een zestal romans, honderden korte verhalen en duizenden gedichten. De meeste mensen kennen hem van de cultromans Postkantoor en Factotum. In deze romans staan drank, vrouwen, vechtpartijen en paardenraces centraal. Zijn gedichten, die minder bekend zijn en niet in het Nederlands vertaald zijn, hebben zoals veel van zijn werk een autobiografisch karakter. Zijn gedichten worden bevolkt door de bewoners van ruige buurten in Los Angeles, kleine criminelen, alcoholisten, hoeren en gokkers. Zijn poëzie is veelal in vrij vers, hard en direct.
In de recent verschenen gedichtenbundel The Pleasures of the Damned zijn de gedichten van Bukowski vaak mededelingen, vol met alledaagse waanzin en in heldere taal soepel gezongen. In anekdotes en korte verhalen dicht hij op sublieme wijze over uiteenlopende onderwerpen als lege ijskasten, small time crooks en het echte leven. Als dichter is Bukowski misschien nog wel briljanter dan als romancier. Zijn tussenstops zijn perfect en de adequaat geformuleerde uitsmijters van elk gedicht zijn meesterlijk.
De mooiste en vaak ontroerendste gedichten gaan over zijn lievelingsschrijver John Fante. Fante was niet alleen geliefd bij Bukowski maar wordt terecht gezien als een van de grote schrijvers uit de Amerikaanse literatuur. Bukowski’s gedicht One Writers Funeral is het poëtische verslag van Fantes begrafenis.
Op een snikhete dag rijdt Bukowski samen met zijn vrouw naar de begrafenis maar raakt al snel de weg kwijt. Uiteindelijk vind hij de route naar de kerk, net iets te laat. Bukowski merkt op dat het niet druk is bij de begrafenis van zijn held. Na afloop rijdt hij in razende vaart naar de paardenrenbaan, waar de loketbediende tegen hem zegt, ‘Jesus Christ, how come you’re wearing a necktie?’.
Hier staat Bukowski als eenzame dichter recht tegenover de massa, ver boven de rest.

